Beginnen met de d klank
De /d/ is een vroege stemhebbende tongpuntklank. De tong raakt kort het tandvlees achter de boventanden, net als bij de /t/, maar met stem. Veel kinderen gebruiken deze klank al in woorden als "dak" of "deur" rond hun derde jaar. Toch helpt gerichte oefening als de /d/ onduidelijk klinkt of wordt vervangen door /t/ of /g/. Korte woorden houden de aandacht op die ene duidelijke /d/ aan het begin.
Hoe werkt deze oefening?
In dit Select & Say spel verschijnt steeds één woord in beeld. Je kind kiest het juiste plaatje uit zes opties en zegt het woord daarna hardop. Zo wordt de klank in drie stappen verankerd: zien, kiezen en zeggen. De tien woorden zijn bewust concreet, van een dak en een deken tot een dokter en een dennenboom. Herkenbare dingen waar een kind zich op de uitspraak kan richten.
Tips voor ouders en logopedisten
- Laat het kind voelen dat de tongpunt de tanden raakt en dat er stem meekomt. Een spiegel helpt.
- Oefen eerst het geluid los: een zachte "d" met stem. Pas daarna het hele woord.
- Houd sessies kort: drie tot vijf minuten per dag werkt beter dan één lange sessie.
- Doe het woord eerst zelf voor en laat het kind rustig nazeggen.
Klaar voor de volgende stap?
Wanneer alle tien deze woorden vlot lukken, ga je verder met de moeilijke d woorden. Daar werken we met langere woorden en samenstellingen zoals deurbel, doktersjas en dolfijn.