Meertaligheid bij kinderen: meertalig opvoeden zonder zorgen

Veel gezinnen praten thuis een andere taal dan op school of de opvang. Soms spreken ouders twee verschillende talen, soms hebben oma en opa weer een derde. Dan komt al snel de vraag over meertaligheid kinderen: is het wel goed? En kan het een taalachterstand veroorzaken?
Het korte antwoord: opgroeien met twee of meer talen veroorzaakt op zichzelf geen taalachterstand. Kinderen kunnen meerdere talen tegelijk leren. In dit artikel lees je hoe meertalig opvoeden in de praktijk werkt, welke gewoontes thuis helpen en wanneer een logopedist kan meekijken.
Meertaligheid en taalachterstand zijn twee aparte dingen
Een meertalig kind krijgt de woorden en klanken van elke taal in een eigen tempo mee. Daardoor kan het in één van de talen soms minder woorden gebruiken dan een eentalig kind van dezelfde leeftijd. Dat zegt weinig. Kijk liever naar alle talen samen: welke woorden begrijpt en gebruikt je kind in totaal?
Een taalachterstand heeft andere oorzaken, zoals gehoorproblemen, een trage taalontwikkeling of een onderliggende stoornis. Meertaligheid hoort daar niet bij. Wil je weten wat een taalachterstand precies is en waar je op let, lees dan het artikel wat is een taalachterstand. We herhalen dat hier niet.
Ook de aanloop kan anders lijken. Sommige meertalige kinderen zeggen hun eerste woordjes iets later of mengen talen in één zin. Mengen is normaal en laat zien dat je kind gebruikmaakt van alles wat het kent. Wil je meer weten over de verschillen in tempo, lees dan over vertraagde spraakontwikkeling.
Beter oefenen met cliënten?
LogiLand ontwikkelt een leuke app die logopedie-oefeningen leuker maakt. Jij wijst ze toe, het kind oefent thuis, jij ziet de voortgang.
Vraag toegang aanMeertalig opvoeden: drie gewoontes die thuis werken
Er bestaat niet één goede manier om meertalig op te voeden. Wat in het ene gezin vanzelf gaat, werkt in het andere niet. Deze drie ideeën passen bij de meeste gezinnen.
1. Geef elke taal een voorspelbare context
Kinderen pikken een taal makkelijker op als ze die regelmatig en op vaste momenten horen. Kies daarom per taal een herkenbare plek of persoon. Een paar voorbeelden:
- Eén ouder praat de ene taal, de andere ouder de andere taal.
- Thuis praat het gezin de thuistaal, op de opvang of school hoort je kind Nederlands.
- Bij het eten of voor het slapengaan lees je voor in een vaste taal.
- Oma en opa bellen altijd in hun eigen taal.
Je hoeft dit niet streng te bewaken. Een voorspelbare basis is genoeg. Als je een keer een woord uit de andere taal gebruikt omdat dat sneller gaat, is dat prima.
2. Behoud beide talen
Het is verleidelijk om thuis over te stappen op Nederlands omdat je kind dat op school nodig heeft. Toch is het meestal verstandiger om de thuistaal te blijven spreken. Kinderen leren een taal het best van mensen die die taal goed en met plezier spreken. Jouw thuistaal geeft je kind rijke zinnen, verhalen en gevoelswoorden. Nederlands komt via school, opvang en vriendjes wel.
Bovendien blijft je kind zo in contact met familie en cultuur. Dat is voor kinderen een reden om de taal te willen blijven gebruiken.
3. Houd het spelen kort en leuk
Taal groeit in spel. Tien korte momenten per dag werken beter dan één lange oefensessie. Denk aan:
- Samen een prentenboek bekijken en benoemen wat je ziet, in de taal die jij kiest.
- Een liedje zingen of een rijmpje herhalen tijdens het aankleden.
- Winkeltje spelen met echte producten uit de keuken.
- Een vragenspelletje in de auto: "Wat zie je dat rood is?"
Reageer op wat je kind zegt en maak het zinnetje een stukje groter. Zegt je kind "auto rijd", zeg dan: "Ja, de auto rijdt snel!" Dat werkt in elke taal. Meer speelse ideeën vind je in taaloefeningen thuis.
Wat past minder goed?
Een aantal gewoontes werkt vaak tegen je:
- Je kind corrigeren bij elk gemengd woord. Dat haalt het plezier uit praten.
- Een taal helemaal laten vallen uit angst voor achterstand. Zo gaat de band met die taal verloren.
- Praten in een taal waarin jij je onzeker voelt. Je kind hoort dan minder rijke taal dan wanneer je jouw eigen taal spreekt.
- Vergelijken met een eentalig kind. Het tempo van elk kind is anders, en meertalige kinderen hebben meer taken tegelijk.
Wanneer kan een logopedist meekijken?
Meertaligheid is op zichzelf geen reden voor logopedie. Toch kun je ook bij een meertalig kind zorgen hebben. Een goed signaal is dit: is je kind in elke taal die het dagelijks hoort moeilijk te verstaan, ook voor mensen die het goed kennen? Dan is het zinvol om een logopedist te laten kijken.
Andere redenen om contact op te nemen:
- Je kind gebruikt op latere leeftijd nog nauwelijks woorden in één van zijn talen.
- Je kind lijkt eenvoudige opdrachten niet te begrijpen.
- Je kind raakt gefrustreerd omdat het zich niet verstaanbaar kan maken.
- Je kind gaat achteruit in taal die het eerder wel kon.
- Er zijn vermoedens van gehoorproblemen.
Bespreek je zorgen met de jeugdarts, huisarts of een logopedist. Vraag daarbij naar alle talen van je kind, niet alleen naar het Nederlands. Alleen een professional kan beoordelen wat er speelt.
En LogiLand?
LogiLand is oefensoftware voor korte, speelse spelletjes. Het is geen diagnose en geen vervanging van logopedie. Wel kun je in de spelletjes thuis herhalen wat je kind in de praktijk of op school al heeft geoefend. Houd het kort, speels en laat je kind lekker in zijn eigen tempo doorgaan.
Slot: twee talen, één kind
Een meertalig kind hoeft niet te kiezen. Met een voorspelbare plek voor elke taal, korte speelmomenten en veel aandacht voor wat je kind zegt, groeit taal in beide richtingen. Heb je twijfels over de spraak of taal van je kind, in welke taal dan ook, laat dan een logopedist meekijken. Vroeg kijken geeft rust.
Veelgestelde vragen
Veroorzaakt meertalig opvoeden een taalachterstand?
Nee. Opgroeien met twee of meer talen veroorzaakt op zichzelf geen taalachterstand. Een meertalig kind verdeelt de woordenschat vaak over meerdere talen, dus in elke taal afzonderlijk kan het aantal woorden lager liggen. Tel daarom de woorden uit alle talen samen.
Moet ik thuis Nederlands praten met mijn kind?
Dat hoeft niet. Kinderen leren een taal het best van mensen die die taal goed en met plezier spreken. Praat thuis de taal waarin jij je het meest op je gemak voelt. Nederlands leert je kind op de opvang, school en straat.
Moet ik de talen strikt scheiden?
Een vaste structuur helpt, maar het hoeft niet streng. Een voorspelbare context per taal werkt prettig, bijvoorbeeld één taal per ouder of één taal aan tafel. Mengt je kind talen in één zin, dan is dat normaal bij meertalige kinderen en geen teken van een probleem.
Mijn kind praat later dan leeftijdsgenoten. Komt dat door de meerdere talen?
Meestal niet. Kinderen ontwikkelen taal in hun eigen tempo, ook binnen één taal. Zie je zorgen, kijk dan naar alle talen samen. Is je kind in elke taal die het dagelijks hoort moeilijk te verstaan of komt het nauwelijks tot woorden, bespreek dat dan met de jeugdarts of een logopedist.
Kan LogiLand helpen bij een meertalig kind?
LogiLand is oefensoftware met korte spelletjes die je thuis kunt doen. Het stelt geen diagnose en vervangt geen logopedist. Bij zorgen over de spraak of taal van je kind is een logopedist de juiste eerste stap.
Beter oefenen met cliënten?
LogiLand ontwikkelt een leuke app die logopedie-oefeningen leuker maakt. Jij wijst ze toe, het kind oefent thuis, jij ziet de voortgang.
Vraag toegang aan
