Beginnen met de l klank
De /l/ is een tongpuntklank: de tongpunt raakt de tanden of het tandvlees achter de boventanden. Dat klinkt eenvoudig, maar voor jonge kinderen vergt het oefening. De meeste kinderen maken de /l/ goed rond hun vierde jaar. Korte, concrete woorden zoals leeuw, lepel en lolly helpen het kind om de tongpositie te oefenen zonder dat andere klanken in de weg zitten.
Hoe werkt deze oefening?
In dit Select & Say spel ziet je kind steeds één woord in beeld. Het kiest het bijpassende plaatje uit zes opties en zegt het woord daarna hardop. Zo wordt de klank in drie stappen aangeleerd: zien, kiezen en zeggen. De tien woorden zijn bewust kort en visueel sterk, van een lieveheersbeestje tot een glas limonade. Je kind kan zich volledig op de /l/ concentreren.
Tips voor ouders en logopedisten
- Laat het kind de tongpunt even tegen het tandvlees houden voor de /l/. Dat geeft een concreet gevoel.
- Houd sessies kort: drie tot vijf minuten per dag is genoeg.
- Benoem de woorden zelf één keer voor en laat het kind nazeggen. Herhaling werkt beter dan corrigeren.
- Vier elke goede uitspraak, ook als het niet perfect is. Motivatie is de motor.
Klaar voor meer?
Als de tien makkelijke woorden vlot lukken, ga je verder met de moeilijke l woorden. Daar werken we met langere woorden zoals lippenstift, lantaarnpaal en luiaard.