Skip naar inhoud
Terug naar blog
Articulatie

Spraakstoornis: uitleg voor ouders

6 oktober 20267 min lezen
Pinguïn met een vierkante kop oefent spraak met een kind

Een onbekende vraagt drie keer wat je kind zei, terwijl jij het thuis allang verstaat. Ouders zoeken dan op spraakstoornis. Het woord dekt de situaties waarin de uitspraak zo afwijkt dat spraak minder goed te volgen is.

Een spraakstoornis is een probleem in het vormen van spraakklanken. Dit artikel geeft een overzicht voor ouders: wat er onder valt, hoe het verschilt van een taalprobleem en van broddelen, en wanneer een logopedist past. Het stelt geen diagnose. LogiLand is oefensoftware voor speelse klankoefeningen en leesoefeningen. Het vervangt geen logopedist.

Taal (woorden en zinnen) staat in taalontwikkelingsstoornis. Te snelle, rommelige spraak staat in broddelen.

Wat een spraakstoornis is

Bij een spraakstoornis komt de klank anders uit dan de taal van de omgeving verwacht. Het kind bedoelt sok en zegt tok. Of een heel cluster valt weg: school wordt gool. Familieleden gaan vertalen. Op school mist een klasgenoot de vraag.

Spraakstoornissen bij kinderen vallen grofweg in een paar groepen. De namen gebruikt een logopedist na onderzoek. Thuis volstaat het onderscheid:

  • Articulatie. Eén klank lukt motorisch niet of nauwelijks, zoals een /s/ die tussen de tanden blijft of een /r/ die een /w/ wordt. Zoek je "articulatiestoornis", dan zit je in deze hoek.
  • Fonologisch patroon. Het kind kán losse klanken soms wel, en past in woorden een patroon toe: alle klanken achter in de mond worden klanken voor in de mond, of de laatste klank valt weg.
  • Zeldzamere oorzaken. Een enkele keer stuurt het brein de spraakbeweging moeizaam aan, of is er een neurologische reden. Dat vraagt specialistische logopedie. Een blog herkent dat niet.

"Spraakachterstand" en "spraak achterstand" gebruiken ouders als de uitspraak jonger klinkt dan de kalenderleeftijd. Soms is dat een gewone spreiding. Soms hoort het bij een van de patronen hierboven. De logopedist vergelijkt met wat op die leeftijd gebruikelijk is, en met hoe verstaanbaar het kind is voor mensen die het niet dagelijks horen.

Een ruwe klinische vuistregel: vreemden verstaan een kind van twee ongeveer de helft, een kind van drie ongeveer driekwart, en een kind van vier het grootste deel (Coplan & Gleason, 1988). Dat is een oriëntatie, geen cijfer om een kind op af te rekenen. Context, gehoor en hoeveel het kind durft te zeggen, spelen mee.

Bij zesjarigen in een groot Amerikaans onderzoek had 3,8 procent een spraakvertraging (Shriberg, Tomblin & McSweeny, 1999). Op jongere leeftijd ligt dat aandeel hoger, omdat veel klanken nog in ontwikkeling zijn. Een peuter die /k/ nog als /t/ zegt, past vaak nog in die ontwikkeling. Een schoolkind bij wie onbekenden moeten blijven raden, past daar minder in.

Beter oefenen met cliënten?

LogiLand ontwikkelt een leuke app die logopedie-oefeningen leuker maakt. Jij wijst ze toe, het kind oefent thuis, jij ziet de voortgang.

Vraag toegang aan

Spraak, taal en vloeiendheid

Drie terreinen lopen in de spreektaal door elkaar. Voor hulp scheiden ze.

Spraak is de uitspraak van klanken. Daarover gaat dit artikel.

Taal is woorden, zinnen en begrip. Een kind kan glashelder spreken en toch weinig zinnen bouwen. Dat hoort bij taalontwikkelingsstoornis. Spraak en TOS komen ook samen voor. In het onderzoek van Shriberg en collega's (1999) had een deel van de kinderen met spraakvertraging ook een taalprobleem.

Vloeiendheid is het tempo en de loop van de zin. Herhalingen met spanning horen bij stotteren. Een hoog of wisselend tempo, met woorden die in elkaar schuiven, hoort bij broddelen. Een kind kan verstaanbare klanken hebben en toch moeilijk te volgen zijn door het tempo.

Heesheid en stem zitten weer op een andere laag. Daarvoor is heesheid en stem de ingang, zeker als de stem weken schor blijft.

Klanken die vaak terugkomen

Niet elke afwijkende klank is meteen een stoornis. Sommige klanken komen laat in de ontwikkeling. Wel zijn er klanken waar ouders terecht op zoeken, omdat ze op school blijven opvallen:

  • /s/ en lispelen. De tong komt tussen de tanden, of de /s/ klinkt slap. Zie lispelen afleren.
  • /r/. Een /w/ of een keel-r die het kind zelf niet wil. Zie de R leren zeggen.
  • /l/. Tongpunt omhoog lukt niet, de /l/ wordt een /w/. Zie de L uitspreken.
  • /k/ en /g/. Achter in de mond, vaak vervangen door /t/ of /d/. Zie de K en de G.
  • Clusters. Twee medeklinkers achter elkaar, zoals st, sch, spr. Eén van de twee valt weg.

Oefen thuis één klank, en alleen in de lijn die een logopedist of de leerkracht aangeeft. Een rijtje van vijf klanken op een avond wordt ruis. Leeftijdsschetsen: 4 jaar, 5 jaar, 6 jaar.

Uitspraakoefeningen in LogiLand zijn extra speeltijd. Ze zijn geen behandelplan.

Wat je thuis kunt noteren

Een eerste afspraak wordt scherper met drie concrete voorbeelden.

  1. Schrijf het woord op dat je verstond, en wat je kind zei. "Stoel" klonk als "toel".
  2. Noteer of onbekenden het vragen, of alleen jij het hoort.
  3. Noteer of het kind het woord kan nazeggen als jij het langzaam voordoet.

Kunt je kind de klank nazeggen in een kort woord, en valt hij in een zin weer weg, dan is dat een ander beeld dan een klank die ook bij nazeggen niet lukt. Die informatie neemt de logopedist mee. Jij hoeft hem niet te duiden.

Dwing een klank niet af midden in een verhaal. Het kind stopt dan met vertellen. Bewaar de oefening voor een kort, afgesproken moment. Ontbreekt dat advies nog, praat dan gewoon verder en herhaal het woord zelf correct in je antwoord. "Toel?" "Ja, je stoel staat klaar."

Wanneer een logopedist past

Maak een afspraak als:

  • onbekenden een kind van vier of ouder vaak niet verstaan
  • één klank of een vast patroon blijft, en school of familie er last van heeft
  • je kind boos of stil wordt omdat anderen het niet begrijpen
  • klanken eerder wel lukten en nu terugvallen
  • er zorgen zijn over gehoor, kwijlen, of eten en drinken naast de spraak
  • spraak samenvalt met korte zinnen of zwak begrip

De logopedist kijkt in de mond, luistert naar woorden en zinnen, en scheidt articulatie van een fonologisch patroon. Soms volgt een gehoortest of een verwijzing. De naam van de stoornis komt na dat onderzoek, niet na een avond zoeken.

LogiLand oefent daarna mee als de behandelaar een klank of een leesstap heeft gekozen. Het stelt de spraakstoornis niet vast.

Praktische tips

  • Eén klank per periode, in echte woorden
  • Model in je antwoord, zonder het kind te laten herhalen tijdens het spelen
  • Drie voorbeelden op papier voor de intake
  • Gehoor uitsluiten bij twijfel
  • Zelfde doel als de logopedist, geen tweede schema van internet
  • Kort scherm, daarna praten. Een spelrondje in LogiLand telt alleen als extra

Slot

Een spraakstoornis zit in de verstaanbaarheid van klanken. Taal en vloeiendheid vragen hun eigen blik. Met een paar genoteerde woorden en een logopedist kom je verder dan met een algemene oefenlijst.

Lees verder: taalontwikkelingsstoornis, broddelen, lispelen en fonologisch bewustzijn.

Dit artikel is uitleg voor ouders. Het stelt geen diagnose. LogiLand is oefensoftware en vervangt geen logopedist.


Veelgestelde vragen

Wat is een spraakstoornis? Een probleem in het vormen van spraakklanken, waardoor anderen moeten raden wat het kind zegt. Articulatie en fonologische patronen zijn de meest voorkomende vormen bij kinderen.

Is een spraakstoornis hetzelfde als TOS? Nee. TOS gaat over taal: woorden, zinnen, begrip. Een spraakstoornis gaat over uitspraak. Ze kunnen samen voorkomen.

Tot wanneer is een slappe /s/ of /r/ gewoon? Dat verschilt per klank en per kind. Blijft de klank de verstaanbaarheid drukken, of vraagt school er aandacht voor, laat een logopedist meekijken. Leeftijd alleen is een smalle maat.

Wat is een articulatiestoornis? Een vorm van spraakstoornis waarbij het vormen van een specifieke klank niet lukt, ook niet als het kind langzaam nazegt. De logopedist stelt dat vast, niet een checklist.

Mag ik klanken thuis oefenen? Doe dat in de lijn van de logopedist: één klank, korte beurten, in echte woorden. Zonder dat advies is correct herhalen in je eigen antwoord veiliger dan een drill.


Referenties

Coplan, J., & Gleason, J. R. (1988). Unclear speech: Recognition and significance of unintelligible speech in preschool children. Pediatrics, 82(3), 447-452.

Shriberg, L. D., Tomblin, J. B., & McSweeny, J. L. (1999). Prevalence of speech delay in 6-year-old children and comorbidity with language impairment. Journal of Speech, Language, and Hearing Research, 42(6), 1461-1481. https://doi.org/10.1044/jslhr.4206.1461

Beter oefenen met cliënten?

LogiLand ontwikkelt een leuke app die logopedie-oefeningen leuker maakt. Jij wijst ze toe, het kind oefent thuis, jij ziet de voortgang.

Vraag toegang aan

Meer artikelen